Uut 't Wald | Zoepekolk

Zoepekolk

Als kind speelde ik wel op straat, maar veel liever nog buiten ons stadje. In de Waterhoek vlakbij het Twentekanaal bijvoorbeeld. Daar kon je allerlei andere spannende dingen beleven. Zolang je maar uit de buurt van de kolk bleef. Als je daar in viel, dan zou het water je mee trekken naar een immense diepte. Dat wisten al mijn vriendjes zeker.

Een mooi voorbeeld van hoe twee betekenissen van één woord door elkaar kunnen worden gehaald. Want een kolk is natuurlijk iets anders dan een draaikolk.

Een kolk, en dan bedoel ik zo'n klein door een dijkdoorbraak gevormd meertje, heet in het Achterhoeks gewoon kolk of kolke. Maar ook wel hanne of hank. In de Liemers hebben ze het over een waoj en in Doesburg spreekt men van een wiel.
Maar een kolk hoeft niet per se door een dijkdoorbraak te zijn ontstaan. Ook een laag stuk in een weiland, waar altijd water in staat (in de Liemers kuul genoemd) heet in de Achterhoek kolk. Ook wel zoepekolk, want toen vroeger de koeien nog maanden achtereen in de wei stonden, konden ze uit zo'n watergat drinken. Lekker makkelijk voor de boer, zult u denken? Nou, dat viel tegen. Zo'n kolk moest regelmatig worden 'uutgemodderd' en dat was weer een heel karwei!

Variaties op zoepekolk zijn er ook volop. In Eibergen bijvoorbeeld heeft men het over een beestekolk (beeste zijn koeien), in het Montferland over een drinkkolk en in bijna de hele Achterhoek is ook het woord wetterkolk (of waeterkolk) bekend.

Reageer als eerste
Meer berichten