Columns

Uut 't Wald | Stramphäöreg

Stramphäöreg

Wijsheid mag dan misschien komen met de jaren, eigenwijsheid is vaak aangeboren. Ik kan het weten, want mijn moeder heeft me vaak genoeg verteld dat ik in de wieg al eigenwijs was.
Aegenwies zal ze wel gezegd hebben, want ze kwam oorspronkelijk uit Twente. Uit Enschede nog wel en in die stad hebben ze een heel eigen soort dialect. Toen we naar de Achterhoek waren verhuisd sprak Opoe van de Benneker, onze nieuwe buurvrouw, haar daarop nog aan. "Vrouw Buter, ie praot wa plat, ma neet good". Het is een halve eeuw geleden, maar die uitspraak heb ik nooit vergeten.
Was mijn moeder in Winterswijk opgegroeid, dan had ze ook niet aegenwies gezegd, maar stramphäöreg. Dat woord kennen ze trouwens ook in Neede, Eibergen en Groenlo. Richting Liemers zullen ze het eerder over eigereid hebben. Of, als het een wat oudere persoon is die het zegt: obstenaods.
Er zijn in onze streektaal nog een heleboel andere woorden, die allemaal eigenwijs, koppig, eigenzinnig of halsstarrig betekenen. De meeste worden echter niet of nauwelijks meer gebruikt. Ze zouden misschien al zijn vergeten, als ze niet in het WALD (het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten) voor de eeuwigheid zouden zijn vastgelegd.
Misschien dat nog een hoogst enkele keer van iemand wordt gezegd dat hij (of zij) köppig is. Maar de bekende meester Heuvel gebruikt in een van zijn boeken het woord köps en dat heb ik in Laren (waar Heuvel werd geboren) nooit iemand horen zeggen.
Hetzelfde geldt voor steeg, stafrechteg, eempessig, stiekel, stiems, neustereg en raarverdraejd. Allemaal woorden die synoniem zijn aan eigenwijs, maar die je nooit meer hoort.

Meer berichten